Energiearmoede
Energiearmoede is de situatie waarin een huishouden een groot deel van het inkomen aan energie kwijt is, vaak in combinatie met een woning van slechte energetische kwaliteit. Het gaat dus niet alleen over de energierekening, maar ook over het huis waarin die rekening ontstaat.
Hoe TNO en CBS het meten
TNO en CBS werken met een definitie die uit meerdere indicatoren bestaat. Twee daarvan bepalen samen of een huishouden als energiearm telt:
Laag inkomen en hoge energiekosten (LIHE): een laag inkomen in combinatie met een energierekening die daar een groot deel van opslokt.
Laag inkomen en lage energetische kwaliteit van de woning (LILEK): een laag inkomen in combinatie met een slecht geïsoleerd huis.
Een huishouden telt mee bij één van beide of bij allebei. Daarnaast kijken TNO en CBS naar huishoudens met een woning van lage energetische kwaliteit en beperkte mogelijkheden om te investeren, en naar huishoudens die net boven de inkomensgrens zitten en daardoor risico lopen.
Die opzet verklaart waarom je uiteenlopende cijfers tegenkomt. Wie alleen naar de energiequote kijkt, het aandeel van het inkomen dat naar energie gaat, komt op een ander aantal uit dan wie ook de woningkwaliteit meeweegt.
Om hoeveel huishoudens het gaat
Volgens de voorlopige raming van TNO ging het in 2025 om 6,0 procent van de huishoudens, ongeveer 503.000. Voor 2024 komen de cijfers op basis van CBS-data uit op eveneens 6,0 procent, ongeveer 502.000 huishoudens. In 2019 was het aandeel nog 9,9 procent, zo'n 785.000 huishoudens.
Wat eraan te doen is
Drie factoren bepalen samen of een huishouden in energiearmoede terechtkomt: het inkomen, de energieprijs en de kwaliteit van de woning. Aan de eerste twee valt op huishoudniveau weinig te sturen. Aan de derde wel, al vraagt dat meestal een investering of medewerking van de verhuurder.
Een slecht geïsoleerd huis vraagt meer energie voor dezelfde warmte. Daardoor slaat een prijsstijging er harder in dan bij een goed geïsoleerde woning, en blijft het probleem bestaan als de prijzen weer dalen. Isolatie is daarmee de factor die de rekening structureel verlaagt.
Het energielabel geeft een eerste indruk van hoe de woning ervoor staat. Dakisolatie beperkt het warmteverlies via de bovenkant van de woning en is bij een slecht geïsoleerd huis vaak een van de eerste stappen. Bewoners van een complex met blokverwarming hebben een extra beperking: zij kunnen niet zelf van leverancier of contract wisselen en zijn afhankelijk van de afspraken die voor het hele gebouw gelden.
Bronnen: TNO, Energiearmoede in Nederland 2019-2025 (voorlopige raming over 2025); CBS (cijfers over 2024).










