Netcongestie
Netcongestie betekent dat er op een deel van het elektriciteitsnet meer vraag naar transportcapaciteit is dan het net op dat moment aankan. Het is een transportprobleem, geen tekort aan stroom.
Een file op het net
Het elektriciteitsnet brengt stroom van producenten naar verbruikers. Elke kabel, elk station en elke transformator heeft een maximum aan vermogen dat er tegelijk doorheen kan. Wordt op een bepaald moment op een bepaalde plek meer gevraagd dan dat maximum, dan spreken we van congestie. De stroom zelf is dan niet op; het transport ernaartoe of ervandaan zit vol.
Congestie werkt twee kanten op. Bij afname gaat het om partijen die stroom van het net willen halen, bijvoorbeeld een bedrijf dat overstapt van gas naar elektriciteit. Bij teruglevering gaat het om partijen die stroom op het net willen zetten, bijvoorbeeld een zonnepark. Beide kanten kunnen tegen dezelfde grens aanlopen, meestal op verschillende momenten van de dag. De netbeheerders beheren de regionale netten, TenneT het landelijke hoogspanningsnet waar die regionale netten op aangesloten zijn.
Belangrijk om te weten: een net wordt gedimensioneerd op de drukste momenten. Over een heel jaar gemeten is er op de meeste plekken ruimte zat, maar het gaat om die paar uur per dag waarop iedereen tegelijk kookt, laadt en verwarmt, of om de middaguren waarop de zon vol schijnt en veel panelen tegelijk terugleveren. Congestie is daarmee een probleem van pieken, niet van totalen.
Hoe lang is de wachtrij?
Netbeheerders houden bij hoeveel aanvragen voor transportcapaciteit in de wachtrij staan. De cijfers hieronder hebben als peildatum najaar 2025 en komen uit de rapportage van Netbeheer Nederland van 6 oktober 2025.
Bij de regionale netbeheerders stonden 14.044 unieke aanvragen voor afname, samen goed voor 9.131 MW.
Voor teruglevering ging het bij de regionale netbeheerders om 8.539 aanvragen, samen 4.591 MW.
Bij TenneT stonden 212 aanvragen voor afname, samen 38 GW, en 161 aanvragen voor teruglevering, samen 34 GW.
De aantallen en de vermogens vertellen twee verschillende dingen. Het aantal aanvragen zegt hoeveel partijen wachten; de megawatts en gigawatts zeggen hoeveel vermogen daarmee gemoeid is. Bij TenneT gaat het om weinig aanvragen met elk een groot vermogen, bij de regionale netbeheerders om veel aanvragen die stuk voor stuk kleiner zijn. Wat de cijfers niet zeggen, is hoe lang iemand precies moet wachten. Dat verschilt sterk per gebied: op het ene net is nog ruimte, op het andere staat de teller stil.
Nieuwe verdeelregels vanaf 1 juli 2026
Per 1 juli 2026 gelden nieuwe regels van de ACM voor het verdelen van schaarse transportcapaciteit. In plaats van de volgorde van aanvraag komt er één gezamenlijke wachtrij op basis van maatschappelijke prioritering. Vanaf 1 januari 2027 wordt de ruimte die daarna nog overblijft verdeeld op aanvraagdatum.
Het verschil met de oude situatie is principieel. Wie het eerst kwam, kreeg voorheen het eerst transportcapaciteit, ongeacht waar die voor bedoeld was. In de nieuwe opzet worden aanvragen eerst in prioriteitscategorieën ingedeeld en pas daarna op volgorde gezet. Een aanvraag die later binnenkwam maar in een hogere categorie valt, kan daardoor eerder aan de beurt zijn dan een oudere aanvraag in een lagere categorie.
Wat er verandert voor huishoudens
Ook per 1 juli 2026 stoppen netbeheerders met het apart reserveren van capaciteit voor kleinverbruikers. Vraag je in een congestiegebied een nieuwe aansluiting of een zwaardere aansluiting aan, bijvoorbeeld voor een warmtepomp of een laadpaal, dan kom je op dezelfde wachtrij als grootverbruikers. Een woonfunctie tot 3x35A valt daarbij in prioriteitscategorie 3. Prioriteit is geen garantie: de wachttijd kan oplopen tot enkele jaren. Dat meldde Netbeheer Nederland op 5 juni 2026.
We schreven eerder over wat dat concreet betekent in het nieuwsbericht over de wachtlijst voor een stroomaansluiting.
Plannen om de wachtrij te verkorten
Op 4 februari 2026 presenteerden het Rijk, de netbeheerders en het bedrijfsleven een gezamenlijk plan met acht maatregelen om de wachtrij te versnellen. Daarin zitten onder meer meer ruimte voor flexibele contracten, regionale tenders waarin bedrijven bieden om netruimte vrij te spelen, en een aanpak die zich richt op de vijftig grootste stroomverbruikers.
De rode draad in die maatregelen is dat er niet alleen naar bijbouwen wordt gekeken. Kabels leggen en stations bouwen kost jaren. Betere benutting van wat er al ligt kan sneller: door verbruik te verschuiven naar momenten waarop het net rustiger is, en door ruimte die wel is aangevraagd maar niet gebruikt wordt weer vrij te maken.
Wat merk je er thuis van?
Een bestaande aansluiting blijft gewoon werken. Netcongestie betekent niet dat de stroom uitvalt of dat je thuis minder mag verbruiken. Je loopt er vooral tegenaan op het moment dat er iets verandert: bij een nieuwe aansluiting, bij een verzwaring van je bestaande aansluiting, of wanneer je meer wilt terugleveren dan je aansluiting nu toelaat.
Ga je verbouwen, nieuw bouwen of een laadpaal met een zwaardere aansluiting plaatsen, houd dan rekening met de doorlooptijd bij je netbeheerder. Die bepaalt in de praktijk je planning, niet de levertijd van de installateur. Vraag bij je netbeheerder na of jouw postcodegebied als congestiegebied is aangemerkt en welke doorlooptijd daar geldt; dat scheelt verrassingen halverwege een verbouwing.
Blijf je binnen je huidige aansluitwaarde, dan verandert er niets aan wat je thuis kunt doen. Wel helpt het, voor jezelf en voor het net, om zwaar verbruik zoals het laden van een auto zo veel mogelijk buiten de avondpiek te leggen. Dat is precies de richting waarin ook de plannen van netbeheerders bewegen: er ligt een voorstel voor tijdsafhankelijke nettarieven, waarbij het tijdstip van je verbruik meetelt in je transportkosten.
Bronnen: Netbeheer Nederland (6 oktober 2025 en 5 juni 2026), ACM, Rijksoverheid (4 februari 2026).










