Leveringsvergunning
Een leveringsvergunning is de toestemming die een energiebedrijf nodig heeft om gas of elektriciteit te mogen leveren aan huishoudens en andere kleinverbruikers. De Autoriteit Consument & Markt verleent die vergunning en houdt toezicht op de houders ervan.
Waarom er een vergunning nodig is
Op de vrije energiemarkt mag je zelf kiezen bij wie je stroom en gas afneemt, maar niet elk bedrijf mag zomaar leveren. Stroom en gas zijn basisvoorzieningen: valt je leverancier om, dan mag dat niet betekenen dat je zonder komt te zitten. Daarom is levering aan een kleinverbruiker vergunningplichtig. Voor grootzakelijke afnemers geldt die plicht niet; die kunnen ook bij niet-vergunninghouders inkopen.
Welke eisen gelden
Wie een vergunning aanvraagt, moet bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) aantonen dat het bedrijf de levering betrouwbaar aankan. De toets kijkt naar:
Organisatie: hoe het bedrijf is ingericht en hoe de administratie en klantprocessen zijn geregeld.
Financiële weerbaarheid: de ACM toetst of een leverancier financieel sterk genoeg is om te blijven leveren, ook als de inkoopprijzen sterk bewegen. Daarbij hoort een risicobeheersings- en inkoopstrategie die laat zien hoe het bedrijf schommelingen in prijs, vraag en aanbod opvangt.
Techniek: de systemen en processen die nodig zijn om daadwerkelijk te kunnen leveren en af te rekenen.
Integriteit: de ACM kan een Bibob-toets uitvoeren en een verklaring omtrent het gedrag van bestuurders vragen.
Aan de vergunning hangt ook een leveringsplicht: een vergunninghouder mag een kleinverbruiker die klant wil worden niet zomaar weigeren.
Wat er gebeurt bij intrekking
Voldoet een leverancier niet meer aan de eisen — in de praktijk vaak bij een faillissement — dan kan de ACM de vergunning intrekken. Er volgt dan een vaste procedure, zodat de levering doorloopt en je niet zonder stroom of gas komt te zitten:
De ACM publiceert het intrekkingsbesluit en past de lijst met vergunninghouders aan.
In een eerste vensterperiode van maximaal tien werkdagen kan de leverancier of de curator de klantenportefeuille verkopen aan een andere vergunninghouder.
Blijven er klanten over, dan verdelen TenneT en Gasunie Transport Services die in een tweede periode van tien werkdagen over de overgebleven vergunninghouders. Dat gebeurt via de restverdeling, naar rato van het aantal kleinverbruikers dat elke leverancier al heeft.
Tijdens deze periodes kun je niet zelf overstappen; je gaat mee naar de partij die je contract overneemt. Daarna kun je gewoon weer wisselen. Deze regeling staat ook wel bekend als de regeling voor een noodleverancier.
Wat de vergunning niet regelt
Een leveringsvergunning zegt iets over de betrouwbaarheid van de leverancier, niet over de prijs of de service. Vergunninghouders mogen hun eigen tarieven en voorwaarden bepalen, en de ACM toetst die niet vooraf. De vergunning gaat ook niet over het transport van energie: dat is het werkterrein van de netbeheerders, die geen leveringsvergunning nodig hebben maar hun eigen wettelijke taken en gereguleerde tarieven kennen.
De regels rond levering, vergunningen en toezicht staan sinds 1 januari 2026 in de Energiewet, die de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet heeft vervangen.
Nagaan of je leverancier een vergunning heeft
De ACM houdt een openbare lijst bij van alle bedrijven met een leveringsvergunning voor elektriciteit en gas, en publiceert daarnaast besluiten waarmee een vergunning wordt verleend of ingetrokken. Staat je leverancier daar niet op terwijl je als particulier klant bent, dan is dat een reden om navraag te doen. Let er ook op dat sommige merken onder de vergunning van een moederbedrijf leveren; de naam op je contract hoeft dus niet letterlijk in de lijst te staan.
Bronnen: ACM, Eisen energievergunning; ACM, Intrekken energievergunning; ACM, Afwijken van de standaardrestverdeling.










