Waterkrachtcentrale
Een waterkrachtcentrale wekt elektriciteit op doordat stromend of vallend water een turbine aandrijft. In Nederland is waterkracht een kleine bron, door het beperkte hoogteverschil en de aard van de waterstromen.
Hoe een waterkrachtcentrale werkt
Water dat van hoog naar laag beweegt, draagt energie met zich mee. In een centrale wordt dat water langs een turbine geleid, die daardoor gaat draaien. Een generator zet die draaiende beweging vervolgens om in elektriciteit, die op het elektriciteitsnet wordt gezet.
Hoeveel een centrale oplevert, hangt af van twee dingen tegelijk:
- debiet: hoeveel water er per seconde langs de turbine stroomt;
- verval: het hoogteverschil dat het water overbrugt.
Veel water met weinig verval kan evenveel opleveren als weinig water met veel verval. In berggebieden zit de opbrengst vooral in het verval; in een vlak land moet het van het debiet komen.
Grofweg bestaan er drie typen. Bij een stuwmeercentrale houdt een dam water vast dat via een lange val naar de turbines wordt geleid. Bij een rivier- of doorstroomcentrale wordt de natuurlijke stroming benut zonder groot reservoir. En bij een pompaccumulatiecentrale wordt water bij overschot omhoog gepompt en bij tekort weer naar beneden gelaten; dat is geen energiebron maar een vorm van opslag. De Nederlandse centrales horen tot het tweede type.
Waterkracht in Nederland
Nederland heeft een handvol waterkrachtcentrales, gebouwd in stuwen in de grote rivieren. De grootste staan in de Maas bij Linne en bij Lith, en in de Rijntakken bij Amerongen en bij Hagestein. Daarnaast zijn er kleinere installaties, onder meer in de Roer bij Roermond en in de Overijsselse Vecht bij Gramsbergen.
Volgens het CBS bedroeg de bruto elektriciteitsproductie uit waterkracht in 2025 ongeveer 57 miljoen kWh. Afgezet tegen de totale bruto elektriciteitsproductie van circa 132 miljard kWh in dat jaar komt dat neer op ongeveer 0,04 procent. De CBS-cijfers over 2025 zijn nader voorlopig en kunnen nog worden bijgesteld.
Waarom de bijdrage zo klein is
De reden is geografisch. Nederland is vlak: er is nauwelijks natuurlijk verval, en het verval dat de stuwen in de rivieren maken is enkele meters. Daar komt bij dat het debiet van de rivieren wisselt met het seizoen en dat de doorgang vrij moet blijven voor scheepvaart en vismigratie, wat de inzetbaarheid verder begrenst.
Het technische potentieel voor waterkracht is daarmee vele malen kleiner dan dat voor windenergie en zonne-energie. In landen met bergen of grote hoogteverschillen ligt dat anders: daar kan waterkracht wel een hoofdrol spelen.
Waterkracht en je energiecontract
Waterkracht telt mee als duurzame energie: de bron raakt niet op en bij de opwek komen geen verbrandingsemissies vrij. Kies je voor groene energie, dan kan een deel van de herkomst uit waterkracht bestaan.
Dat wordt vastgelegd met een Garantie van Oorsprong, waarop bron en land van herkomst staan. Omdat de Nederlandse productie zo klein is, komen die certificaten voor waterkracht doorgaans uit het buitenland.
Bronnen: CBS. Geraadpleegd september 2026.










