Biogas
Biogas is het gasmengsel dat ontstaat wanneer micro-organismen organisch materiaal afbreken in een zuurstofloze omgeving. Het bestaat vooral uit methaan en koolstofdioxide.
Hoe vergisting werkt
Vergisting gebeurt in een afgesloten tank, de vergister. Daarin breken bacteriën natte biomassa af zonder dat er zuurstof bij kan. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) bestaat het ruwe gas dat daarbij vrijkomt uit ongeveer 60 procent methaan en 40 procent koolstofdioxide, met daarnaast kleine hoeveelheden andere stoffen zoals waterstofsulfide.
RVO onderscheidt twee varianten: monovergisting, waarbij één grondstof wordt vergist (meestal dierlijke mest), en co-vergisting, waarbij minstens de helft mest is en de rest uit plantaardige biomassa bestaat. Wat na het vergisten overblijft heet digestaat en wordt onder voorwaarden als meststof gebruikt.
Waar de grondstoffen vandaan komen
- dierlijke mest van bijvoorbeeld koeien en varkens;
- gft-afval en ander groenafval;
- slib uit rioolwaterzuiveringsinstallaties;
- reststromen uit de levensmiddelenindustrie, zoals aardappelschillen en zetmeelresten;
- landbouwresten als stro, maaisel en gewasresten.
Het gaat dus vrijwel altijd om natte rest- en afvalstromen. Die vallen onder het bredere begrip organisch materiaal als energiebron. Naast vergisting werkt RVO aan vergassing, waarbij droge biomassa bij temperaturen boven de 800 graden wordt omgezet in synthesegas; die installaties komen volgens RVO pas na 2030 op de markt.
Van biogas naar groen gas
Ruw biogas heeft door het hoge CO2-gehalte een lagere verbrandingswaarde dan het gas uit het net en kan daarom niet zomaar worden ingevoed. Door het op te werken — koolstofdioxide, water en zwavelverbindingen eruit halen, waardoor het methaangehalte stijgt — ontstaat een gas met vrijwel dezelfde samenstelling en eigenschappen als aardgas. Dat heet groen gas.
Het verschil zit dus in kwaliteit en toepassing. Biogas wordt meestal dicht bij de bron gebruikt, bijvoorbeeld in een warmtekrachtkoppeling die tegelijk warmte en elektriciteit levert. Groen gas kan het bestaande gasnet in en is daarna te gebruiken in gewone cv-ketels en gastoestellen, zonder aanpassing van de apparatuur. Het kabinet wil energieleveranciers vanaf 2027 verplichten een oplopend deel van het geleverde gas als groen gas te leveren (bijmengverplichting groen gas; peildatum: september 2026).
Waar het voor wordt gebruikt
Opgewerkt gas gaat langs dezelfde weg naar de eindgebruiker als aardgas: verwarming van woningen en gebouwen, warmte voor de industrie en brandstof voor gasgestookte centrales. Daarnaast wordt opgewerkt gas ingezet als voertuigbrandstof, met name in zwaar wegtransport. Niet-opgewerkt biogas blijft doorgaans op het bedrijf zelf, bijvoorbeeld op een boerderij die de eigen mest vergist en het gas gebruikt voor warmte en elektriciteit.
Voor de leverancier telt groen gas mee als energie uit hernieuwbare bron. Net als bij stroom werkt dat via certificaten: de herkomst wordt administratief vastgelegd, terwijl het gas in het net gemengd raakt met aardgas.
Hoe duurzaam is het?
Bij het verbranden van biogas komt CO2 vrij die de gewassen tijdens hun groei via fotosynthese uit de lucht hebben opgenomen. Bij mestvergisting wordt daarnaast methaan afgevangen dat anders uit de mestopslag zou ontsnappen. Hoe duurzaam energie uit organische bronnen per saldo is, hangt af van de gebruikte grondstoffen en van de hele keten daaromheen. Over die vraag lopen de opvattingen uiteen; op de pagina over biomassa staat meer over die discussie.
Bronnen: RVO, Milieu Centraal, Rijksoverheid.










