Wat kost een kWh elektriciteit en een kuub gas?
Het leveringstarief is de prijs die je aan je energieleverancier betaalt voor de stroom en het gas zelf. Het bestaat uit een vast bedrag per maand en een variabel bedrag per kilowattuur en per kubieke meter. De netbeheerkosten en de energiebelasting staan daar los van en bepalen samen met het leveringstarief wat je uiteindelijk betaalt.
Waaruit het leveringstarief bestaat
- Vaste leveringskosten. Een vast bedrag per maand of per jaar voor de dienstverlening van je leverancier. Je betaalt dit ongeacht je verbruik. Vroeger heette deze post vastrecht. Leveranciers bepalen dit bedrag zelf, dus het verschilt per aanbieder. Je betaalt het per aansluiting: neem je stroom en gas af, dan staan de vaste leveringskosten twee keer op je rekening.
- Variabele leveringskosten. Een bedrag per kWh elektriciteit en per m³ gas. Verbruik je meer, dan betaal je meer.
Stroom reken je af per kilowattuur en gas per kubieke meter, terwijl de energie-inhoud van gas wordt uitgedrukt in joule. Een kubieke meter Gronings aardgas staat voor ongeveer 35,17 megajoule.
Wat je in 2026 per kWh en per kuub betaalt
Het leveringstarief is maar een deel van de prijs. Dit zijn de bedragen voor een huishouden in 2026, allemaal inclusief 21% btw:
| Onderdeel | Elektriciteit | Gas |
|---|---|---|
| Leveringstarief (gemiddelde, augustus 2026) | € 0,1469 per kWh | € 0,6526 per m³ |
| Energiebelasting 2026, eerste schijf | € 0,11085 per kWh | € 0,72680 per m³ |
| Vermindering energiebelasting 2026 | € 628,96 per jaar per aansluiting, in mindering op je rekening | |
De energiebelasting en de vermindering liggen voor het hele kalenderjaar vast en zijn voor iedereen gelijk. Het leveringstarief is een gemiddelde van het CBS en zegt weinig over jouw contract: wie vorig jaar een vast contract afsloot, betaalt iets heel anders dan wie vandaag overstapt. Kijk voor actuele bedragen op onze pagina's over stroomprijzen en gasprijzen.
Daarbovenop komen de netbeheerkosten, met daarin het capaciteitstarief. Die tarieven stelt de ACM vast en ze verschillen per netbeheerder, dus per regio. Vergelijken heeft daar geen zin: je kunt je netbeheerder niet kiezen.
Wie bepaalt de hoogte van het leveringstarief?
Je energieleverancier, en die is daar vrij in. Sinds de Energiewet op 1 januari 2026 inging, schrijft de wet wel voor dat een leverancier moet leveren tegen transparante en redelijke prijzen. Een prijs is volgens die wet pas onredelijk als hij twee dingen tegelijk is: onevenredig hoog gezien de kosten van de leverancier, en niet concurrerend.
De Autoriteit Consument & Markt houdt daar toezicht op en kan optreden met een boete, een last onder dwangsom of uiteindelijk intrekking van de leveringsvergunning. Wat de ACM niet meer kan, is een maximumtarief opleggen. Die mogelijkheid heette de vangnetregulering en is met de Energiewet vervallen, omdat Europese regels voorschrijven dat leveranciers hun prijs zelf vaststellen.
Als je leverancier het tarief wijzigt
Heb je een variabel contract, dan moet je leverancier een tariefwijziging minimaal een maand van tevoren schriftelijk melden. In die melding staat wat er verandert, waarom, en dat je kunt opzeggen.
Een contract met variabele tarieven mag je altijd opzeggen zonder opzegvergoeding. Zo'n vergoeding mag alleen bij tussentijds opzeggen van een contract voor bepaalde tijd met een vaste prijs, en dan alleen als die vergoeding in je contract staat.
Het modelcontract
Elke leverancier met een vergunning moet naast zijn eigen aanbod ook een modelcontract aanbieden. Sinds 1 januari 2026 zijn dat er twee: een vast contract van minimaal twaalf maanden en een variabel contract voor onbepaalde tijd. De ACM stelt de voorwaarden ervan vast.
Bij het variabele modelcontract mogen de tarieven maximaal vier keer per jaar wijzigen: per 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober. Voor de eigen variabele contracten van leveranciers geldt die beperking niet. Beide modelcontracten hebben ook ruimte voor terugleverkosten per kWh, voor huishoudens met zonnepanelen.
Enkeltarief of dubbeltarief
Met een enkeltariefmeter betaal je het hele etmaal hetzelfde tarief per kWh. Met een dubbeltariefmeter betaal je op de ene helft van de dag het normaaltarief en op de andere het daltarief. Je komt de laatste ook tegen als piek-dal, hoog-laag of dag-nacht.
In het grootste deel van Nederland lopen de daluren op werkdagen van 23:00 tot 7:00 uur. In Noord-Brabant en Limburg beginnen ze al om 21:00 uur, en er zijn nog enkele gebieden met afwijkende tijden. Je netbeheerder bepaalt de tijden en publiceert wat er voor jouw adres geldt; je leverancier bepaalt de prijzen die bij die tijdvakken horen.
In het weekend geldt het daltarief onafgebroken, van vrijdagavond tot maandagochtend. Daarnaast telt een aantal feestdagen als dal: Nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag en beide kerstdagen. Ook die lijst stelt je netbeheerder vast. Sommige netbeheerders noemen ook eerste paasdag en eerste pinksterdag, maar die vallen altijd op zondag en tellen dus sowieso al mee. Bevrijdingsdag staat er bij geen enkele netbeheerder op.
Twee dingen om te weten. Dubbeltarief werkt alleen met een slimme of digitale meter: netbeheerders zijn per 1 juli 2021 gestopt met het signaal waarmee oude analoge meters omschakelden, waarna die klanten op enkeltarief zijn gezet. En het onderscheid raakt alleen je leveringstarief. De netbeheerkosten en de energiebelasting zijn hetzelfde, hoe laat je de was ook draait.
Wat is voordeliger, enkel of dubbel?
Dat hangt af van hoeveel je 's avonds, 's nachts en in het weekend verbruikt, en van het prijsverschil dat je leverancier tussen beide tarieven hanteert. Bij sommige aanbieders is dat verschil klein, waardoor een dubbeltariefmeter weinig oplevert.
Reken het door met je eigen cijfers. Vul je verbruik in bij energie vergelijken, eerst met enkeltarief en daarna met dubbeltarief, en leg de twee jaarbedragen naast elkaar. Of een vast of variabel tarief beter uitpakt, is een aparte afweging.
Wat er verandert: nettarieven per tijdstip
Netbeheer Nederland diende in mei 2026 een voorstel in om ook de netbeheerkosten voor kleinverbruikers af te laten hangen van hoeveel en wanneer je stroom gebruikt. Ongeveer een derde van de netkosten blijft dan vast, de rest wordt volume- en tijdsafhankelijk, met vier tariefniveaus verdeeld over vijf tijdvakken. Zomer en winter krijgen aparte tarieven.
Opvallend daarbij: in de zomer worden de uren midden op de dag juist het goedkoopst, omdat er dan veel zonnestroom op het net staat. Dat is omgekeerd aan het huidige daltarief, dat 's nachts het laagst is. De ACM moet het voorstel nog vaststellen. De invoering is beoogd per 1 januari 2029 en kan later worden als de onderliggende regelgeving niet op tijd klaar is.
De regiotoeslag bestaat niet meer
Van 2005 tot en met 2019 betaalde je een regiotoeslag op gas: een opslag op de kubiekemeterprijs voor het transport over het landelijke net, die hoger uitviel naarmate je verder van Groningen woonde.
Die toeslag is verdwenen. Sinds 1 januari 2020 hanteert Gasunie Transport Services in heel Nederland hetzelfde transporttarief, een zogeheten postzegeltarief, als uitvoering van Europese regels. Wat je per kuub aan levering betaalt, hangt sindsdien niet meer af van je afstand tot Groningen. Alleen de netbeheerkosten verschillen nog per regio. Op sommige tariefbladen staat de regel regiotoeslag nog steeds, maar dan met voor het hele land hetzelfde bedrag.
Bronnen: Autoriteit Consument & Markt, Belastingdienst, CBS, Rijksoverheid, Netbeheer Nederland en Gasunie Transport Services. Geraadpleegd september 2026.









